Pak ‘m beet 300 kilometer en drie uur rijden verwijderd van hartje Nederland ligt de herberg La Truite d’Argent, eens per jaar het muzikale epicentrum van de Ardennen dankzij fijnproeversfestival La Truite Magique. Dat is een redelijk goed bewaard geheim, wat met plek voor slechts duizend bezoekers (waarvan zeshonderd kampeerders) en een overvolle festivalmarkt niet zo gek is. Het is ook een goed verscholen stukje magie, waarvoor je vanaf de snelwegafslag nog wat TomTom- en improvisatievermogen nodig hebt. Maar dan heb je ook wat: camping en festivalterrein liggen in het verlengde van elkaar in een fraaie, groene vallei met in het midden het onvermijdelijke beekje. Geen forellen in dat water, maar die liggen ’s avonds wel op de grill. Maar hoe zit het eigenlijk met dat wolvenbier en die bevers?

Tekst Ingmar Griffioen, foto’s Sia Yang, Rutger Betlem en Ingmar Griffioen

La Truite Magique

La Camping Magique

Als vrijdagmiddag om 14.00 uur (het festival werkt met een Duits gevoel voor Pünktlichkeit) terrein en camping opengaan, staan er al zo’n vijftig gretige kampeerders te wachten. En de start is veelbelovend: de camping bestaat uit twee lange, meanderende groene stroken en zo kan bijna iedereen in het zonnetje zijn tent opzetten tegen de bosrand of aan het water. De eerste artiest wordt pas om 17.00 uur verwacht en dus klappen we de stoeltjes uit en spreken het onder een kussen binnengesmokkelde (er wordt ‘gefouilleerd’ ja) treetje Jupiler maar aan. Kwestie van leven als God in Wallonië.

WAAR IS DE BEVERDAM VAN BEAVERFEST?
Een van de vele vrijwilligers die we al scharrelend over de pop-up natuurcamping tegenkomen heeft een nog beter plan: op loopafstand ligt een beverdam. Het bouwwerk dat voorloper Beaverfest inspireerde bevindt zich volgens haar in de eerste bocht van de ‘rivier’. Om het beverterritorium te bereiken moet je eerst het beekje over en langs de wel heel fraai gesitueerde Forest stage omhoog het bos in. Zelfs dit bos is ingericht: er hangen lampionnen en hangmatten, bomen zijn uitgelicht en je kunt er op de foto met één van de mascottes (half uil/slak of forel met gewei bijvoorbeeld) en straks in een tent je toekomst laten voorspellen. Het bospad gaat gaandeweg over in een wat overwoekerd, prachtig glooiend natuurpad. De dam zou te herkennen zijn aan de (jawel) afgeknaagde bomen en na enig, niet al te vindingrijk speurwerk hebben we beet. Althans we zien dat een fors deel van de rivier is afgezet, ingepolderd eigenlijk door bemodderde dijkjes en bossen hout, in dat water is het vast goed vissen voor ze. De knaagdieren laten zich natuurlijk niet zien, maar die ingecalculeerde anticlimax bezorgt ons wel een uurtje zonovergoten lichaamsbeweging.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Tiny Legs Tim opent

Tiny Legs Tim opent

Door de fantastische entourage zou je haast vergeten dat La Truite Magique eigenlijk vooral een muziekfestival is, maar daar kom je ter plekke snel genoeg achter. Nog wat schuchter nemen de eerste bezoekers plaats op boomstammen rond het bospodium. De open plek in de bosrand is overdekt met zeildoeken en fraai uitgelicht en aangekleed. Er zijn misschien vijftig zitplaatsen, waarna de rest er reikhalzend omheen gaat staan. Het resultaat is dat je een soort amfitheater krijgt, waarbij musici en publiek – vooral in het donker – nog maar weinig nodig hebben om tot een magische ambiance te komen. Het is het soort podium, dat je enkel tegenkomt op festivals als Into The Great Wide Open of Oerol, die de natuurlijke omgeving ook zo goed weten in te zetten.

Steve Gunn

Steve Gunn

HIDDEN CHARMS ALS STEVE GUNN EN LUPULUS
Aan Tiny Legs Tim de eer om de forel af te bijten. De Gentse songwriter opent aardig met prima bluesy songmateriaal. De akoestisch en solo opererende Vlaming houdt de aandacht niet de hele set vast, maar dat zal ook lastig zijn in deze net geopende vallei vol verlokkingen. De landgenoten van Birds That Change Colour openen op de Magical Stage, het in een flinke tent gehuisveste hoofdpodium. De groep rond Antwerpenaar Koen Kohlbacher (met ook Creature with the Atom Brain, Millionaire-drummer Dave Schroyen) heeft af en toe een prettig stuk roots en fijne samenzang te pakken, maar is ons als geheel toch wat te folky (herkansing dit weekend op Mañana Mañana). Het is met dit weer ook wel even lekker dat La Truite niet vlammend uit de startblokken schiet en we komen na wat verpozen terug voor een stuk Steve Gunn. De Amerikaan maakte platen met onder meer Kurt Vile, Black Dirt Oak en Hiss Golden Messenger en zijn eigen Way Out Weather (2014) is een onderbelichte rootsy gitaarplaat. Zijn stem en uitgesponnen gitaarspel geven de set een fijne dromerig lome sfeer, maar de lange intermezzo’s halen de vaart er wel uit.

Hidden Charms

Hidden Charms

Meer Hidden Charms dan. Deze Londense band is nog niet zo lang bezig, maar heeft een stel hele goede beat- en rock ’n roll-liedjes als Dreaming Of Another Girl op zak. Hidden Charms is de stevigste band tot nu toe en wordt steeds toffer en uitbundiger bovendien. Terwijl de beat-jongens goede zaken bij de merch doen, stroomt het bos weer langzaam leeg via de twee bruggetjes over de beek. Er is op vrijdag veel ruimte in het blokkenschema. Een goed moment dus om het veelgetipte Lupulus streekbier aan de test te onderwerpen. Lupulus is latijn voor ‘hop’ en ‘nederig wolfje’ en die zaken sieren dan ook het etiket. Voor anderhalve munt heb je een blonde of bruine rakker van 8,5% te pakken en in de Heavenbar kun je ‘m ook uit het bijpassende bolglas drinken. De (amberkleurige) blonde is voorlopig favoriet. Het is prima nippen van deze kruidige, niet te zoete Ardense tripel. Die wordt gebrouwen door de ex-brouwer van La Chouffe, die na de overname door Duvel aan een nieuwe uitdaging toe was. En dat proeven we!

PAUW-bassist Eszl du Vois

PAUW-bassist Eszl du Vois

DAVEREND ONWEER, PAUW EN NIRVANA
De camping is ondertussen aardig volgestroomd en sommige tenten kunnen blijkbaar ook op het riet of met een paar stokken minder vooruit. Een paar flinke onweersbuien onderwerpen de verse kampeerconstructies en het terrein meteen aan de test. Die houden het voorlopig prima en we begeven ons weer naar de hoofdtent. Daar treedt namelijk het Nederlandse PAUW aan. Het oogt allemaal erg intuïtief en psychedelisch, maar deze Twentse band opereert zeer gesmeerd. Het publiek voelt de band goed aan, of heeft ‘m al stevig zitten en gaat hard op toch bepaald niet uptempo nummers als de nieuwe single Visions. Afsluiter Shambhala heeft nog wat extra tempo en euforie in huis.

Tijd om even in het bos te schuilen bij de band met de meest potsierlijke naam van het festival. Jammer dat Rob Heron and The Tea Pad Orchestra het weer uit Newcastle Upon Tyne hebben meegenomen, maar na die show kan het zestal bij ons heel wat theepotten breken. De groep noemt het zelf North Eastern Swing, wat neerkomt op een zeer swingende rootsy mengeling met onder meer blues, gipsyjazz en country. God Damn heet de brute afsluiter en tijdens de show realiseer je je veelvuldig waarom ze zo heten. Poeh wat een harde doch melodieuze noisepunk en post-grunge. Thom Edward (gitaar/zang) en Ash Weaver (drums) vallen slechts twee man sterk aan, maar het voelt alsof de Britten een breed Ardennenoffensief inzetten. Er zal aardig wat Lupulus in de bezoekers vooraan zitten, maar de band staat zelf ook van het effect te kijken. Die gruwelijke cover van Territorial Pissings (Nirvana) is echt het summum; kapotter kan het niet in de tent. La Truite is volgens Edward het beste festival, het komt in ieder geval nog veel beter aan dan op Eurosonic in januari. En dan te bedenken dat vorig jaar Town of Saints de eerste dag nog afsloot, het kan verkeren.

Deze slideshow vereist JavaScript.


Baristamobiel

Baristamobiel

ZATERDAG BEGINNEN MET LATTE EN RIVIERKREEFT
Zaterdag maken we de fout eerst een hele fijne douche te nemen en pas na 10 uur richting het ontbijt te gaan. We hoeven niet ver, want de rij reikt tot op de camping. Na 45 minuten wachten is de kerk met het ontbijtbuffet net in zicht en pakken we toch maar de auto voor een boulangerie in het pittoreske Houffalize. Lekker sfeervol uitstapje en we weten ook nog het plaatselijke wielercircus te ontwijken. Kunnen we bij terugkomst weer met een goede bak latte naar Douglas Firs gaan kijken. Prima songwriter en La Truite luistert aandachtig, maar wij hebben nog een bak caffeïne nodig van die tot baristahemel omgebouwde Citroën.

Frank Kimenai (r) deelt rivierkreeft uit

Frank Kimenai (r) deelt rivierkreeft uit

Ondertussen is Afterpartees ook gesignaleerd, in de beek welteverstaan. De Limburgse band is in navolging van boeker/manager Frank Kimenai namelijk op jacht naar rivierkreeft. Kimenai – ‘ik maak er een sport van om op festivals mijn eigen eten te vangen sinds ik op Beaches Brew op kokkels stuitte’ – legt uit dat in het beekje geen vis zit (in de door Houffalize stromende Ourthe wel). “Dit zijn Amerikaanse rivierkreeften, een exoot dus.” De vangst valt niet tegen en we leren graag bij, maar houden onze slippers toch maar op het droge. Afterpartees-frontman Niek Nellen gaat er fanatiek tegenaan totdat blijkt dat hij de prooi zelf uit zijn lijden moet verlossen. Hij krijgt een forse bijl in z’n handen gedrukt, maar zwaait later toch behendiger met de microfoonstandaard. Misschien dat een duet met Fresku er nog wel in zit. Tot zover deze aflevering van ‘Vliegvissen met Frank’, volgende week deel 2 vanaf het Veluwemeer.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Man From The South

Man From The South

MAN FROM THE NORTH EN FLAUWTES BIJ AFTERPARTEES
Moaning Cities legt het er ondertussen lekker klaaglijk bluesy op in de grote tent, waarna de weergoden het echt niet meer houden en we maar eens aan schuilen gaan denken. Herkansing voor de Brusselse psychbluesers op Incubate! We belanden weer in het bos voor Man From The South uit het iets noordelijker gelegen Eindhoven. De folk-noir/bluesy songwriter, in een vorig leven bekend als Paul van Hulten van Woody & Paul, wordt hier begeleid door een tweede (slide) gitarist. Van Hulten maakt het de toehoorders – net als op zijn platen – niet makkelijk, met duister werk, dat soms naar soundscapes neigt. Tergend mooi spul, waar je wel wat aandacht voor nodig hebt. De meesten blijven zitten in de (droge) bosambiance, maar het geroezemoes is helaas al snel niet meer te harden.

Afterpartees

Afterpartees

Vanuit de grote tent klinken even later vooral Nederlandse zinsnedes door als “Youri tik ‘m af” (naar de drummer) en “He, hoe zeg je dit en wat is papa en mama in het Frans?” (naar gitarist Sjors). Ja Niek Nellen van Afterpartees heeft de lach aan zijn kont hangen. Soms horen we de Stones en ja, ook in Nellens presentatie en articulatie zien we meer dan eens een jonge Jagger. Maar hé daar valt opeens een gozer in het publiek flauw?! Tegen het podium, au. Nellen grapt: “Ik denk dat er teveel Limburgers op het podium staan. Dit is een beetje als iemand anders op je bruiloft de show steelt…” Gelukkig komt de jongen bij en kan met een hoofdwond naar het ziekenhuis worden vervoerd, waar hij naar verluidt een Afterpartees-shirt als troost krijgt.

La Truite gaat ondertussen wel lekker los, zeker met de meisjes op die sloppy garagepopsong Girls Like You. Nellen heeft het bovenlijf ontbloot en gooit er nog een crowdsurf tegenaan. “Speciaal bedankt voor de meisjes die me opvingen. C’était tres bon. Kom zo ff langs bij de merch, kan ik meteen mijn Frans oefenen.” Die show, de gebaartjes en de flauwe humor van Nellen zijn (expres) wel wat over the top. Dan kunnen wij wel weer zeuren dat dat een beetje onnodig is, maar dat zou typisch Nederlands zijn, een branievolle frontman is juist wat veel bands node missen. Bovendien komt hij ermee weg, zeker omdat de Limburgse garagepop-band een best uitbundige show in huis heeft, plus een stel fijne liedjes als laatste single Bathroom Floor (zo Libertines anno 2015) en het Black Lips-achtige Red Bull.

Tubelight

Tubelight

BELGISCHE EN ZEEUWSE HELDEN
De bos-show van Mon-o-phone maken we vervolgens maar half mee, voornamelijk vanuit de aanpalende horecatent waar we schuilen met nog een Lupulus en een pak speelkaarten. Best wel zonde, want de Hasselts-Arnhemse band heeft een partij hele spannende, donkere indieplaten en noten op hun zang. Nu galmen ze hier als een rootsy Portishead in the woods. Alsnog prachtig en die platen verdienen een groter publiek. Nog zo’n Belgische topact is Tubelight. De band uit Diest hangt ergens tussen Black Rebel Motorcycle Club, The Strokes en Britse psychedelische pop als Temples. Waarbij Lee Swinnen zijn stem af en toe zo’n sleazy grom geeft als de landgenoten van Balthazar op de laatste langspeler. Deze gasten staan hier een wereldse show te spelen, met uitschieters als het heerlijk zeurderige Visions, het gemene, meer noisy No Love en de fraai opgebouwde nieuwe single Straight Into The Sun. Reprise op onder meer Amsterdam Woods Festival en Let’s Get Lost.

Inmiddels is de vraag allang niet meer wanneer het droog wordt, maar hoe je niet al te doorweekt bij het volgende feestje komt. Want het vat is nog niet leeg: de Zeeuwse held Herman Brock Jr. (waarschijnlijk tot vervelens toe ‘de Herman Brood van de bluegrass’ gedoopt) trotseert de regen in het bos. Of nee: verdrijft de regen met toffe uptempo bluegrass, country, rockabilly en bluegrass. Met een redelijk briljante cover van Iggy’s Lust for Life en met een heel fijn trio, met gitaar, mandoline en contrabas, driestemmig en wel rond die ene microfoon. Zeer vrolijkmakend. Of bassist Liesbeth nog een nummertje gaat zingen, wordt er gevraagd. Jawel hoor. Brocks kompaan heeft ook een verzoekje: “Wij willen bier en tieten, maar dan zonder de tieten.” Dat gerstenat duurt even en dus zet hij Rod Stewart (“I am waiiiting, I am…”) in. De stemming kan niet meer stuk. Zou ik dit weekend zeker even meepikken op Lowlands (zaterdag 13.10 in de Lima) of het Zomerparkfeest in Venlo.

Deze slideshow vereist JavaScript.

zZz

zZz

AFSLUITEND SURFEN MET ZZZ EN IAN SIEGAL
Net als je denkt dat je op je laatste benen loopt, dat je hooguit nog van een bolleke Lupulus wil slurpen in de Heavenbar en dan in je tent gaat neerstorten, net dan blijkt dat zZz ook dit festival afsluit… Te rechtvaardigen keuze natuurlijk, dat is al eerder een heilzaam recept gebleken. En daar dendert La Truite Publique weer door de tent op good old Ecstasy, op het pompende Lover (opener vorige plaat) en die fantastisch knetterende krauttrippy single When I Come Home. Hoei hee, die hele tent gaat los en dan zitten we pas vier nummers in de set. Het Amsterdamse duo houdt het tempo hoog en gedreven en door een even opzwepend lichtplan gooit La Truite de laatste krachten eruit. De ene na de andere crowdsurfer komt voorbij. “You’re a wild girl”, brult Björn Ottenheim en dat laat die meid in die groene jurk vooraan zich niet nog eens zeggen, hopla: ze springt op het podium en gaat zo over het publiek. De stemming is nu lichtjaren voorbij uitgelaten en dan krijgen we nog een toegift van twee songs ook. Bam, wat een afsluiter. Impressie in de video en meer in de fotogalerij onderaan:

En nog een toegift: bluesy songwriter Ian Siegal doet een akoestische soloset in de witte (horeca)kerk. Gewapend met gitaar, een handvol glazen sterk om die bluesy strot nog verder te smeren, een pakje saffies en scherpe humor zorgt hij voor een passend slot. De man is een begenadigd entertainer en die grappen over Eric Clapton, Johnny Cash, James Brown, Gary Moore en Joe Bonamassa gaan er goed in, evenals die Bryan Adams en Britney Spears-covers. Tip: Siegal komt vanaf medio september met band terug voor een trits Benelux-shows.

Verdikkeme: we hadden ons nog zo voorgenomen om een sfeerverslag te schrijven, maar daarvoor waren er toch echt teveel goede boekingen en was het meer La Treat Magique.

La Truite Magique

La Truite Magique

WAT TIPS DAN MAAR:
– Drink Lupulus blond of bruin, dat smaakt beter en dan hoef je ’s nachts niet eindeloos je tent uit
– Zorg dat je voor de volgende editie vrijdagmiddag tijdig voor de deur staat en geen plannen hebt tot ergens op maandag
– Neem je laarzen, wandelschoenen en poncho mee, je goede humeur komt vanzelf
– Geen reden tot aanschaf van een buitenlandbundel, want er is nul ontvangst in de vallei

Bij aanhoudende regen lijkt de hoofdtent opeens ver weg

Bij aanhoudende regen lijkt de hoofdtent opeens ver weg

De organisatie had na de eerste, verregende editie van La Truite maatregelen genomen. Zo was dit jaar het bospodium goeddeels overdekt en waren er veel meer overdekte horecapunten om te schuilen. Dat pakte erg goed uit, zo kon je bijna altijd droog zitten eten. Natuurlijk valt er ook wat te zeiken… Als La Truite nog wat aandacht geeft aan het ontbijt (met die enkele rij kun je niet 600 campinggangers bedienen tussen 9 en 11) en de toiletten (een kraan/waterpunt daar en wat regelmatiger legen s.v.p.) dan komen wij volgend jaar weer langs. Weer of geen weer. En laat die WiFi maar zitten, heerlijk rustig zo.

LA TRUITE MAGIQUE C’ÉTAIT TRÈS MAGNIFIQUE
Magnifiek ja, dat was het. Natuurlijk regende het behoorlijk (onweersbui vrijdagavond en bijna de hele zaterdag) en hebben we even overwogen het festival om te dopen in La Pluie Magique, maar nee: Sfeer, muziek, aankleding, festivalgangers, vrijwilligers en vooral de locatie in die diepgroene Ardennen-vallei; het was een heerlijk festivalweekend in Wallonië. Niet in het minst dankzij de programmering: vooral de vrijdag- en zaterdagavond waren sterk bezet, de zondagse toegift van drie optredens hebben we overgeslagen. En dus dankzij een aantal fijne acts, waarmee iedereen van festivalhippie tot Beaverfester aan zijn of haar trekken kwam.

Lees ook het interview met organisator Bob Muileboom!

Deze slideshow vereist JavaScript.

 



Deel dit artikel