Paradise Lost

Deze maand is het vijfentwintig jaar geleden dat de legendarische tiende editie van Dynamo Open Air plaatsvond. Honderdtwintigduizend metalheads verzamelden zich bij vliegbasis Eindhoven voor drie dagen met bier, bandjes, regen, modder en zonneschijn. Op vrijdagavond speelde My Dying Bride in een grote tent op de camping en op zaterdag was Paradise Lost de headliner van de eerste officiële festivaldag. Beide bands hadden hun naam gevestigd in de metalwereld met hun mix van death en doom metal met gothic invloeden. Ondergetekende beleefde destijds zijn allereerste festival en als je hem toen verteld had, dat hij vijfentwintig jaar later nog recensies zou schrijven voor zowel Paradise Lost als My Dying Bride, dan had hij je vermoedelijk uitgelachen. Maar hier zijn we, tweeënhalf decennia later is Paradise Lost toe aan het zestiende studio-album, Obsidian.

Door Joost Schreurs

De carrière van Paradise Lost kent een bijzonder verloop.  In 1995 verscheen het majestueuze Draconian Times en de Britten leken klaar om door te stoten naar de top van de metalwereld. Twee jaar later verraste Paradise Lost vriend en vijand, en met name de fans, met het album One Second. De ronkende gitaren en slepende doom verdwenen naar de achtergrond en maakten plaats voor synthesizerklanken en gedigitaliseerde drumbeats. Dat de bandleden fans waren van The Sisters Of Mercy was al bekend, maar One Second had wel een erg hoog new wave-gehalte. Een kappersbezoek van zanger Nick Holmes was voor veel fans de druppel. Ook de drie daaropvolgende albums werden lauw ontvangen. Maar toen verscheen in 2005 het titelloze Paradise Lost en verrek! De gitaren scheurden weer, Holmes schreeuwde af en toe weer en bij vlagen hoorden we weer het ‘oude’ Paradise Lost. Vanaf dat moment klonk de band op elk nieuw album weer ietsje harder en heavier. Wat ook hielp, is dat gitarist Gregor Mackintosh vanaf 2011 ook ouderwetse death metal maakte met zijn side project Vallenfyre. En Holmes hervond zijn liefde voor extreme metal door in 2012 toe te treden tot de Zweedse death metal supergroep Bloodbath. Het resultaat is dat op het album, The Plague Within (2015), voor het eerst in meer dan twintig jaar weer werd gegrunt door Holmes. Medusa uit 2017 zette de terugkeer naar de death doom roots van begin jaren negentig voort. Met deze voorkennis wordt Obsidian nu aan de luistertest onderworpen. Zet Paradise Lost de trend door of is er sprake van een nieuwe stijlbreuk?

Review gaat verder na de video

Lang hoeft de luisteraar niet op het antwoord te wachten. Opener Darker Thoughts begint ingetogen met een tokkelende Spaanse gitaar, strijkers en Holmes die bijna fluisterend zingt, maar na één en driekwart minuut is daar de mokerslag van scheurende gitaren, beukende drums en jawel, de grunt. Het nummer volgt een vertrouwde Paradise Lost formule: grunts in de coupletten en de karakteristieke ‘gothic rock croon’ van de frontman in de refreinen. Een structuur die ook in het tweede nummer Fall From Grace wordt toegepast, dus de liefhebbers van het oude werk kunnen tot dusver tevreden zijn. Maar net als je denkt dat je in de death doom comfortzone kunt wegzakken is daar track nummer drie, genaamd Ghosts. Het tempo wordt opgeschroefd en even voelt het alsof The Sisters Of Mercy weer om de hoek komen kijken, maar Paradise Lost vliegt niet uit de bocht en bouwt het nummer uit tot een typisch Paradise Lost nummer, bijvoorbeeld dankzij de gitaarpartij van Mackintosh die eigenlijk als één lange solo klinkt.

We schakelen weer twee versnellingen terug naar doomtempo voor The Devil Embraced, waarmee we gelijk het langste nummer van het album te pakken hebben met zes minuten en negen seconden. Paradise Lost was echter nooit van de lange nummers, waar bijvoorbeeld streek- en genregenoot My Dying Bride regelmatig de tien minuten aantikt. Hierna kabbelt Obsidian gestaag door met vier nummers die zeker niet slecht zijn, maar ook niet boven het maaiveld uitsteken. De grunts worden wat spaarzamer ingezet of ontbreken geheel, zoals in Forsaken (met heerlijke gitaarsolo) en Hope Dies Young.

Net op tijd is daar echter Ravenghast. Het onheilspellende pianoloopje haalt de luisteraar weer bij de les en is de inleiding naar het meest heavy en duistere nummer van de plaat met de band in de laatste versnelling, diepe grunts, loodzware riffs en het pianootje altijd ergens op de achtergrond. Deze vibe wordt nog even vastgehouden in Hear The Night, maar hier contrasteert het melodieuze refrein juist weer mooi met de hardheid. Slotstuk van Obsidian is het heerlijk smerige Defiler, waar de gruntende Holmes en solerende Mackintosh nog een laatste keer mogen uitleven.

Het moge duidelijk zijn dat Paradise Lost met dit laatste album weer een stapje richting hun roots hebben gezet. Toch hebben ze de verleiding weerstaan om een nieuw Gothic of Shades Of God te maken. Veel nummers op Obsidian bevatten genoeg kenmerken van het  21ste eeuwse Paradise Lost, dus ook voor fans die minder bekend zijn met de eerste albums valt er genoeg te genieten op dit album. Zo laveert Paradise Lost tussen oud en nieuw, maar krijgen de Britten het toch voor elkaar om een samenhangend en geïnspireerd album af te leveren. 

Paradise Lost in TivoliVredenburg, foto Rob Sneltjes


Beluister hier het zesde album Obsidian van Paradise Lost, dat op 15 mei 2020 uitkwam bij Nuclear Blast:

 



Deel dit artikel