Anniversary time baby! Zilveren jubileum zelfs: jazeker, dit is de 25e editie van Hardhitting Albumreviews. Daar hebben we welgeteld twee jaar en twee maanden over gedaan, sinds de lancering van de door NMTH’er van het eerste uur Steve Gröniger geïnitieerde rubriek op 9 oktober 2018. Inmiddels schrijven meer redacteuren ‘korte albumreviews’ en dat schroeft het tempo op, en daarmee ook de dekkingsgraad. Dat laatste is een mooie ambitie, maar ook in dit corona-jaar gewoonweg echt niet te doen. Het aantal NMTH-rijpe releases dat elke vrijdag uitkomt, is al sinds september bizar groot. En dat ondergaan we in grote dankbaarheid.

Gelukkig krijgen ook sommige redacteuren het geregeld op de heupen, zo vlamde Guido Segers liefst drie reviews op de mail. De laatste is het debuut van het verse Belgische duo Doodseskader, dat morgen pas verschijnt en waar op de redactie al even naar uitgekeken wordt. Met de laatste van Refused (EP) en het jubileumalbum van Deafheaven (10 Years Gone alweer) bespreekt hij nog twee releases van aansprekende heavy bands. Collega Ingmar Griffioen begroep zich in de tweede plaat van Killer Be Killed, een veelzijdig collectief dat vanuit groove metal opereert en naast Max Cavalera (Soulfly/Sepultura) (ex-)leden van Mastodon, Dillinger Escape Plan, Converge en Mutoid Man herbergt. Aanschouw, lees en beluister de vijfentwintigste aflevering van Hardhitting Albumreviews!

Door Guido Segers en Ingmar Griffioen

Naast de Spotify-links kun je natuurlijk ook terecht bij onze 666 Hardhitters Spotify-lijst, waar je regelmatig op de hoogte blijft van dikke nieuwe tracks!


Deafheaven – 10 Years Gone
Ze bestaan 10 jaar, de band Deafheaven. Dat blijft toch de bandnaam die in een mum van tijd elke black metal-liefhebber op de kast krijgt. Niet dat het geluid van de heren na het in 2013 uitgebrachte en veelvuldig verdoemde Sunbather meer of minder op black metal is gaan lijken. Het zijn de stijlelementen op die plaat en de voorgaande releases die ervoor zorgden dat de band uit San Francisco zo’n splijtzwam werd. Afijn, twee albums verder en 7 jaar later… waar hebben we het nog over? In 2017 stond de band nog op Roadburn en behalve die ene mafketel die mensen probeerde te weerhouden de zaal in te gaan, was iedereen te spreken over Deafheaven.

Ik kan van alles gaan vertellen over deze ‘live’-plaat, die uitgebracht werd omdat een tour die gepland stond met Inter Arma, Greet Death en All Your Sisters gecanceld werd. Het is een studiosessie met diverse favorieten. En dat levert een aantal uitstekende songs op. De song From the Kettle Onto The Coil is een geweldige stand-alone track en deze uitvoering doet daar niet aan af, noch voegt die er wat aan toe. Wel heel vet is dat die eerste track die de band ooit schreef, Daedalus, een nieuwe uitvoering krijgt zo. Dat is even geleden namelijk. Deze versie laat duidelijk die melodieuze ondertonen horen waarvan we de Amerikanen kennen. Dat zachte, warme geluid waar als het ware een kwak zwarte verf overheen geflikkerd wordt om het allemaal wat meer body te geven. Begrijp me niet verkeerd, het werkt gewoon uitstekend en dat is waarom er na 10 jaar nog steeds naar Deafheaven geluisterd wordt. Maar eigenlijk is dat niet het meest interessante aan deze release.

Wat Deafheaven namelijk zo bijzonder maakt is niet de muziek, maar de impact van de band op de aesthetiek en het geluid van moderne black metal. De groep opende de deuren naar diverse aftakkingen. Ja, natuurlijk was het geluid van het atmosferische en melodieuze er al langer, maar als het aan de puristen lag waren alle atmosferische en ‘suicidal’ (DSBM voor de preciezeling) al lang op een ijsschots gezet en afgeduwd. En hoewel niemand hoeft te verwachten dat de volgende Archgoat plaat volop zal gaan over gevoelens, is er wel een hele nieuwe stortvloed aan bands binnen het genre te vinden. Maar ook het visuele aspect heeft echt wel een kleine evolutie doorgemaakt. Misschien was dat allemaal ook wel gebeurd zonder Deafheaven, maar het feit is dat er een Deafheaven was dat met een roze plaat naar buiten kwam en daarna waren dingen gewoonweg anders… Of het nou het leger post-black metal/blackgaze/shoegaze metalbands is dat opkwam, of de opleving van conservatieve black metal.

10 Years Gone is daarmee niet wat de pressrelease zegt: “…one of the most compelling discographies in metal, one that has challenged both the modus operandi and perceptions of the genre…”. Dat is ook op z’n zachtst gezegd een beetje grootheidswaan, maar wat het een bijzondere plaat maakt is dat het in essentie de liveset is van een jubileumtour, maar dan in de studio. Het laat horen hoe nummers als Language Games en het onvolprezen Dream House ontwikkeld zijn in tien jaar tijd. Vaak net wat directer, organischer, soms ook gewoon grootser in het geval van die laatste titel. Het is een terugblik in de meest volwaardige zin van het woord, maar ook een uitstekende introductie tot de band Deafheaven.

Ook als je al 10 jaar boos bent dat deze formatie bestaat, is dit misschien een goede kans om toch eens kennis te maken. (GS)


Doodseskader – MMXX: Year Zero
Een doodseskader is het grimmige element van regimes aan de schaduwkant, militante groeperingen die met één dodelijk doel erop uitgestuurd worden. Alles is geoorloofd, buiten de wet. Dat geldt in zekere zin ook voor het duo Doodseskader. Sonische terreur noemen ze het zelf, Tim de Gieter (Amenra, Every Stranger Looks Like You) en Sigfried Burroughs (Kapitan Korsakov, The K.). Na twee singles, geheel wars van genregrenzen en consistentie (op een goede manier), is het debuut MMXX: Year Zero hier.

2020 is dus het referentiepunt in de titel, en dat past bij het geluid. Het is een jaar van niks, een nulpunt, maar ook muzikaal gezien stevenen we al een tijdje af op een stoofpotje met alles. Daarmee krijg je een mix van tegenstellingen op dit album. Je hoort er van alles in terug. Op de opener Lepers (ons al bekend natuurlijk), hoor je de crunchy riffs uit de tijd van nu-metal en post-grunge, met bijhorende vocalen. Maar ook kruipt en schuurt het met loodzware sludge-invloeden en die geblafte vocalen. Maar, zoals de heren terecht in hun bio aangeven zit er ook veel hiphop in gekwakt. Lil Peep was dan ook de Kurt Cobain van zijn generatie toch? Het komt mooi samen met deze DJ Screw-achtige intro, waarna we weer lanceren in heftige sludge metal met gepijnigde, doch cleane, zang. Ik ben echt nu al gek van die grindbakgitaardistortion. Ik snap die Ghostemane vergelijkingen ook wel, die rauw-op-je-dak wisselingen, die emotie, die pijn. Fuck man, hard.

Illusion of Self is dan het eerste nieuwe liedje, met een spoken word intro, voor we weer in van die doom belanden. Dat riffgeluid klinkt hier weer meer als de gegalvaniseerde versie. Killer, cleaner, maar nog altijd even dreigend. Het valt op hoeveel Doodseskader doet met weinig, en toch een groovend en bombastisch geluid weet te produceren. Eigenlijk doen ze een beetje denken aan een ietwat vreemdere versie van Faith No More. Dit is precies het soort muzikaal bastaardschap wat je van Mike Patton mag verwachten. Dat is ook de kunst van tegengestelden, een melting pot aan invloeden. Tranendal is bijvoorbeeld weer een heel andere track, veel directer maar met dat vreemde intro en intermezzo’s die het gebeuk en de passie tegenwicht bieden met jaren 90 gitaarrock vol desinteresse. En dat werkt, het houdt je op de bal als luisteraar. Toch die ijzeren vuist, die je vijf songs lang bij de strot pakt.

Op ‘Sunblind’ halen we de blender er nog een keer flink doorheen:
“Point to the sky to show one you can trust
The comfort of a lie as a mortality crutch
Ask me “who am I?”, just another one who’s fucked
I don’t really want to die, I’m just fed up with the hurt.”

Harde raps, gruizige beats. Denk Dälek. Een dystopie wordt omschreven, de werkelijkheid van Doodseskader op MMXX: Year Zero. Frustratie, pijn, agressie, het zit er allemaal in. En als alles dan kut was in dit jaar, mogen we met deze plaat toch zeggen dat er goeds komt uit misère. (GS)


Refused – The Malignant Fire
Refused had eigenlijk in 1998 alles wel gezegd met The Shape of Punk to Come. De lange hiatus werd uiteindelijk opgebroken voor een reünie, toen een pauze en weer een reünie die lekker doorgaat. Na 17 jaar pakte de band vrolijk door met Freedom in 2015 en War Music in 2019. In Refused-traditie moet er na elke plaat een EP komen. Je kan maar een traditie hebben. Maar goed, eigenlijk vind ik dat na die plaat uit 1998 er eigenlijk niks beters van de Zweedse band te horen is geweest. Maar als je dat dan even voor lief neemt en accepteert dat je nooit een New Noise II gaat krijgen, dan is The Malignant Fire EP zeker de moeite waard.

Voor een band die volgend jaar z’n vierde decennium ingaat, klinkt Refused op deze EP namelijk verrassend fris en urgent. Niet dat de heren ooit achterover zijn gaan hangen, oerleden Dennis Lyxzén en David Sandström hebben tal van andere projecten. Maar er zit een soort onbezonnenheid in de teksten en songs op deze plaat. Malfire begint lekker rustig, en klinkt als een stevige straight-up rocksong. Cleane vocals, maar dan gaan we los met die geschreeuwde vocalen en marcheer ritmes.

“The wolves are at the door, for ever, evermore. It’s a different type of war, when the wolves are at the door.”

Het zijn de teksten van een jonge geest zullen we maar zeggen, maar toch pakt de boosheid en agressie van deze barricade-hardcore-band. Het zijn namelijk stuk voor stuk van die gebalde-vuisten-nummers van ongeveer drie minuten. De intro van Born on the Outs met een ferme dansvibe zegt genoeg. Hier hoor je ook die progressieve kant van Refused terug, hoewel de hele track lekker recht voor zijn raap is.

Het voelt allemaal wel wat aan de poppy kant. Je zou zeggen dat je naar een boze Franz Ferdinand luistert op Organic Organic Organic (Go Fuck Yourself). Maar dat is juist wat deze EP zo vet maakt, die mix van toegankelijke rocksongs met hardcore, overgoten met een links politieke marinade. Faceless Corporate ‘Violence heeft zo’n heerlijke schwung in dat refrein zitten (en ja, het refrein is de titel, meezingen dus). Het is op het randje van het ironische op deze track. Geen teksten van wijze oude mannen à la Bad Religion dus.

Maar dat is dan ook precies wat deze plaat, waar ik in eerste instantie wat sceptisch over was, zo leuk maakt. Het blijft een band vol tegenstellingen, maar altijd goed voor lekker in het gehoor liggende hardcore-flavored punksongs, waarvan Jackals Can’t Be Bothered To Dream de aangename uitsmijter is. Weer hoekige riffs, veel venijn en tomeloze energie. Nog altijd een van de vetste bands in het genre als je het mij vraagt. (GS)


Killer Be Killed – Reluctant Hero
Het is niet lang zoeken naar wat me zo aantrekt in Killer Be Killed. Lastiger zou zijn: wat me het meest aantrekt en raakt. Want het is me allemaal nogal wat. Supergroep is zo’n enorm cliché, zeker in de metalwereld, maar je kunt er moeilijk omheen dat er met The Dillinger Escape Plan-vocalist Greg Puciato, (ex-)Sepultura/Soulfly/Cavalera Conspiracy-bruut Max Cavalera, Converge/Mutoid Man-drummer Ben Koller en Mastodon-bassist/zanger Troy Sanders een absolute killer line-up staat. Maar wat Killer Be Killed echt onderscheidt is dat ze drie bijzonder sterke vocalisten herbergen. Die brullen wat af in een elftal gruwelijke metaltracks, die de groovemetal-signatuur (van Cavalera) dragen. Inclusief kenmerkend trashy gitaarwerk, plus een buts hardcore en punk (die afwisselende en gebundelde brulzang), wat slepende doom, proggy en zelfs grungy passages.

Cavalera en Puciato richtten de groep al in 2011 op en hoe de neuk ik die eerste, zelfgetitelde plaat uit 2014 (nog zonder Koller btw) gemist heb is een almachtig raadsel. Gelukkig ligt er een bijzonder sterke tweede plaat: Reluctant Hero kwam 20 november uit, wederom bij Nuclear Blast, en is geproduceerd en gemixt door Josh Wilbur (o.a. Lamb Of God, Gojira).

Die eerste twee tracks komen me een partij hard binnen, waren duidelijk niet voor niks de singles. Dat beukende, machinale riff- en drumwerk en die tempowissellingen in de opener zetten de toon behoorlijk fors, en toch ook melodieus. Daarna drukt ‘Dream Gone Bad’ alle juiste knoppen in, zeker die van de hardcoreliefde. Terwijl de groovende, meeslepende kant ook zeer goed verzorgd is door beuker Sanders. Die sleept ons zeker het eerste deel van deze grootse track Mastodonesque mee, tot we halverwege door Max Cavalera tegen het canvas gesmeten worden:

“I am my worst e-ne-my,
Life, is killing me!”

Alle haren staan overeind hier. In a very, very good way. Maar het kan nog bruter, vanuit de versteende tenen van Max:

“Feel the walls close in
I can’t escape destiny
Don’t sell your soul
Born with a heart of stone”

De tweede plaat, hoewel constant van niveau, is een behoorlijk afwisselende affaire geworden. Derde single ‘Inner Calm From Outer Storms’ wordt gedragen door gierende riffs en slepende zanglijnen, maar na de breakdown halverwege trekt Cavalera die strot weer gruwelijk open en breken percussie en gitaren een snelheidsrecord bijgestaan door screams van Greg Puciato. En dat koor in ‘Filthy Vagaband’ is wel weer punk zeg, helemaal kicken hoe de band daarin even vertraagt tot donkere grunge. Het liefst 7 minuten durende ‘From A Crowded Wound’ heeft een nog nadrukkelijker grungesaus meegekregen dankzij de gitaar- en zanglijnen, op een Alice In Chainsey wijze, en vooral erg geslaagd door de doomy en trashy instrumentatie. Puciato’s grungy zang imponeert op meer tracks. Er mag dan geen brute TDEP-achtige math voorbijkomen, voor de liefhebbers van fast & furious metal gaat Killer Be Killed in ‘Animus’ in 68 seconden totaal los. Het album eindigt in wat melodieuzer vaarwater en dat smaakt in het afsluitende titelnummer best fijn. Opvallend is dat geen enkele track zich van a tot z in één stijl bevindt, wat ook wel veel van de luisteraar vraagt. Al met al een regelrechte killerplaat die hevig solliciteert naar een jaarlijstnotering. (IG)


Ben je nog niet klaar met het ontdekken van nieuwe muziek, tune dan in op de NMTH Hardhitters op Spotify:

 



Deel dit artikel