Graveyard op Desertfest, Foto Roy Wolters

Graveyard op Desertfest, Foto Roy Wolters

King Hiss op Desertfest, Foto Roy Wolters

King Hiss op Desertfest, Foto Roy Wolters

Desertfest dag 2 en we hebben er verdacht veel zin in na gisteren. Die eerste festivaldag heeft goed en de matige nachtrust niet te veel kwaad gedaan. We zijn ondanks een extra uitstapje in Antwerp Centrum en een kleine ov-fuckup weer lekker op tijd in Trix. Jassen ophangen, biertje op het zonnige terras en plannen maken maar. Een startpunt is eenvoudig gevonden, want The Vintage Caravan begint net als eerste band op het hoofdpodium. Desertfest let’s go!

Lees ook:
het verslag van vrijdag met All Them Witches, Radio Moscow, Minami Deutsch, -(16)- en Steak Number Eight
de zondag van dreunende Monolord tot de kroon van Melvins

Tekst: Ingmar Griffioen, foto’s: Roy Wolters

THE VINTAGE CARAVAN
The Vintage Caravan opent onze tweede dag in de woestijn met een generatorparty van lekkere seventies, classic hard- en psychrock. De band uit IJsland timmert al sinds 2006 aan die gletsjers en bracht in 2015 tweede album Arrival uit bij Nuclear Blast. Het is sowieso een band die veel meters maakt en aan aanzien wint. Het is half 5, opvallend veel bezoekers hebben Trix, of in ieder geval de Desert (Main) Stage nog niet weten te vinden en we vinden The Vintage Caravan aanvankelijk niet zo onderscheidend, noch verheffend. Maar halverwege komen we er steeds beter in. De humor en praatjes zijn lekker onbeholpen, net als het lichte Scandinavische accent. En de classic vonken vliegen er toch wel vanaf. Best een tof powertrio, weer zien we een band die aan drie man voldoende heeft, en zeker een goede opener. Het nieuwe materiaal is ook op smaak en zanger Óskar Logi eindigt rock ’n roll door z’n gitaarhals op het publiek te leggen.

King Hiss op Desertfest, Foto Roy Wolters

King Hiss op Desertfest, Foto Roy Wolters

King Hiss op Desertfest, Foto Roy Wolters

King Hiss op Desertfest, Foto Roy Wolters

KING HISS
Erg veel zin in King Hiss, helaas heeft de stroom dat niet. Het Vlaamse viertal staat er helemaal klaar voor op de Canyon Stage, maar de pedalenbakken van bassist en gitarist geven geen sjoege en die ene stack versterkers evenmin. De crew lust het in twee minuten om en zo kan King Hiss al die opgekropte energie eruit gooien. Na die versplinterende set op Roadburn 2015 in Cul de Suc hebben we ze veel te weinig gezien. Wat een classic stem heeft die Jan toch. Hij brult als een malle om het publiek verder op te pompen. Goede strot om die vettige Belgische stonersludge mee uit te serveren. De frontman heeft aparte maniertjes, beweegt op eigenzinnige, slangachtige wijze over het podium en kijkt daarbij gitarist Josh en bassist Visioene doordringend aan. Het geeft de show nog wat extra. Niet dat die dat per se nodig heeft, want King Hiss staat sowieso ongenadig te vlammen.

Dik gewonnen ’thuismatch’ zeg. Wat wil je ook met songs als Serpentagram, het anthem King Hiss (“What doesn’t kill me makes me stronger”) en Word Made Flesh. We gaan ook hard op La Haine en het daverende Snakeskin als olie op die uitslaande fik in de Canyon. Wel opvallend dat we zo op tweederde van de set alleen maar met de vuisten en het hoofd hebben geslagen op ‘oudjes’. De setlist voor de voeten van Visioene verraadt echter dat ze eindigen met drie songs van laatste langspeler Mastosaurus, maar dan moeten we net de benen nemen.

Stoned Jesus op Desertfest, Foto Roy Wolters

Stoned Jesus op Desertfest, Foto Roy Wolters

Stoned Jesus op Desertfest, Foto Roy Wolters

Stoned Jesus op Desertfest, Foto Roy Wolters

STONED JESUS
Stoned Jesus wacht immers op de Main. Oekraïne in het huis en heel hoog tijd voor onze tweede keer Stoned Jesus. Twee jaar geleden stonden ze hier al de Canyon Stage danig uit te benen en dat smaakte ons zeer. Ze zijn het zelf ook niet vergeten en dankbaar dat ze nu voor ‘de grote massa’ staan. Verdiend, want ze hebben toch echt zelf al die meters gemaakt. Dat doen ze grotendeels op materiaal van het inmiddels als klassieker geldende Seven Thunders Roar album uit 2012. Zo knallen ze als tweede de ultratrage track Black Woods erin. Het beproefde recept van Stoned Jesus’ cocktail bestaat uit de ingrediënten Black Sabbath, stoner, doom en nog wat prog. Dat gooi je door een op traag tempo draaiende blender, uitserveren in een brede bokaal en in lange teugen innemen. Intoxicatie gegarandeerd.

Zo die doom hamert er lekker in zeg. Mooi om te zien hoe frontman Igor het publiek onverbiddelijk om een reactie vraagt en vooral hoeveel worship, horns en alles er terugkomt uit die nu halfvolle zaal. In Electric Mistress dienen ze het wat elektronischer en lichter op, iets wat het intro van I’m The Mountain (het handelsmerk van Stoned Jesus) ook kan suggereren. Schijn bedriegt, want deze track ontbrandt diverse malen en pakt liefst dertien minuten door, waarbij het ook vocaal van verraderlijk toegankelijk naar diep grommend gaat. Nog niks te doen op je zondag? Goed plan om vanavond even naar het Burgerweeshuis te gaan, waar Stoned Jesus met Beastmaker aantreedt. Na deze vijftig minuten wanen we ons in een apocalyptische wereld en is het ruw ontwaken.

White Manna op Desertfest, Foto Roy Wolters

White Manna op Desertfest, Foto Roy Wolters

White Manna op Desertfest, Foto Roy Wolters

White Manna op Desertfest, Foto Roy Wolters

WHITE MANNA
Weer bedriegt de schijn, want de zonnestralen schijnen even om de hoek fel en niet alleen in de binnentuin. Veel bezoekers hebben echter niet door dat White Manna al begonnen is op de Vulture Stage. Ze beginnen vijf man sterk heel zorgvuldig aan een psyched out acidtrip. Heel licht en instrumentaal, spannend ook en net zo zonnig als thuisstaat Californië. De tweede is meteen 23x zo dwingend met een theremin-sound uit de knoppen. De synths suizen als een dwaas en we vliegen zo in outer space met vocalen van de drummer over die druggy trip. Dan blijkt die gitarist in het geniale ‘Say yes to pizza’ shirt opeens ook een hele goede stem te hebben. De samenzang is helemaal spot on nu, terwijl de band een ontzettend lekkere psychgroove aan het uitdiepen is. Vervolgens hangen we in een Californische Growlers vibe die uitstekend mengt met de meer synthgedreven gekte van een Primal Scream. Ze hebben de Vultures ferm bij het nekvel en jammen de tent uit in de geest van de San Diego psychscene. We hebben maar één opmerking bij deze band: laat die gitarist meer zingen, die heeft een veel prettiger stem.

Unsane op Desertfest, Foto Roy Wolters

Unsane op Desertfest, Foto Roy Wolters

Unsane op Desertfest, Foto Roy Wolters

Unsane op Desertfest, Foto Roy Wolters

UNSANE
Oef, Unsane opent tamelijk destructief vanaf het hoofdpodium. We zien drie oudere, bozige mannen. De New Yorkse noiserockers hebben net het nieuwe album Sterilize uit via Southern Lord en staan 29 oktober ook op de showcase van het Amerikaanse kwaliteitslabel in de Melkweg, Amsterdam. De ritmetanden is alleen al genoeg om het cement uit de voegen van Trix te dreunen. Scherpe riffs eroverheen, beetje screamen en gaan. Ondertussen extreem vastberaden en gemeen kijkend, de mannen leven die albumhoes van Sterilize. Het tweede nummer gaat behoorlijk richting Helmet. Het ritme plus de noisende gitaar zijn helemaal in de geest van Page Hamiltons band, geweldig dus. De gesproken vocalen van Chris Spencer zijn ook check. We keren in alle jeugdsentimentaliteit even terug naar In The Meantime, zo’n impact maakt het trio. Nekspieren los maar.

Leuke vergelijking, maar Unsane heeft zat eigen merites en verdient die al sinds 1988 met industrial en noiserock. Spencer is het enige originele lid, maar drummer Vincent Signorelli en bassist Dave Curran zijn er ook al sinds respectievelijk 1992 en 1994 bij in dit hechte collectief. Er liggen inmiddels acht studioplaten en de live-energie is indrukwekkend. Maar hoe lang houden ze dit tempo vol joh? Misschien wat lucht in de set gooien? Na twintig minuten is het tijd voor een rustig intro en meer melodieuze opbouw. Dan al snel weer die strot open, die maniakale blik en het is weer 200% menens en grof. Pittig. En een tikje te militant voor het gros van de zaal, zo aan de bedeesde knikjes te zien. Het geluid speelt ze wellicht ook parten, want het is in de grote zaal weer moeilijk om nuances te ontdekken, vooral het laag is goed vertegenwoordigd in de enorme bak herrie. Dan: variatie! Bassist Curran brult echter net zo grof en bezeten.

Troubled Horses op Desertfest, Foto Roy Wolters

Troubled Horses op Desertfest, Foto Roy Wolters

TROUBLED HORSE
“We’re Troubled Horse from Sweden!” We staan tegenover vijf lange Scandinaviërs, die op de kleine Vulture Stage een behoorlijk arsenaal aan classic en seventies rock blijken te hebben. Zware garagerock zeggen ze zelf ook, maar die is lastiger te herkennen in dit geluid. Veel poseursgedrag wel, waaronder een bassist die regelmatig zijn instrument door het plafond probeert te duwen en zanger Martin heeft onder zijn hoed ruimte gevonden voor een blackface. Kan dat nog in Scandinavië? De band gaat er hard voor, maar het komt maar deels binnen. Martin vindt het tijd voor een eerlijk momentje: “We doen een tweeweekse tour als opener voor Graveyard. We hebben eigenlijk maar een half uur materiaal en ik heb geen speech voor jullie.” Wtf is dit voor slappe uitgebluste hap man? Lulkoek ook, die package deal hoef je ons niet mee te vervelen. Verder prima potje heavy classic rock, die twee duellerende gitaristen zijn wel een wapen en ook met Martins howl is weinig mis. Maar die vijftig minuten zien we niet gebeuren. Just Like Your Mom biedt uitkomst: veggie chili burger time.

Windhand op Desertfest, Foto Roy Wolters

Windhand op Desertfest, Foto Roy Wolters

Windhand op Desertfest, Foto Roy Wolters

Windhand op Desertfest, Foto Roy Wolters

WINDHAND
Bij Windhand, het is inmiddels 21.00 uur, is de zaal voor het eerst grotendeels gevuld. Toch gek dat het vandaag zoveel rustiger lijkt dan gisteren. Lekker weer, het programma, of wat?! De band begint gelijk met Orchard, de opener en het prijsnummer van Soma uit 2013. Ze spelen ook materiaal van Grief’s Infernal Flower, wat voor ons toch één van de platen van 2015 was. De doomband uit Richmond, Virginia opereert loodzwaar en het is voor het eerst dat we denken dat het geluid echt helemaal klopt. De stem van Dorthia Cottrell ligt er in ieder geval erg mooi op en het kippenvel staat er voor het eerst vandaag dik op. We zijn dan ook fan en hebben de band nog nooit mogen aanschouwen.

Er vallen wel wat dingen op. Zo ziet vooral Cottrell er wat ongemakkelijk uit op dit enorme podium. Als frontvrouw van een doomband met ellenlange nummers heb je het misschien ook niet makkelijk om altijd die focus te houden. Ook is Desertfest de laatste stop van de Europese tour met Satan’s Satyrs die op 21 september al in Kopemhagen begon. Toch zou ik echt wat aan variatie doen van zang en performance, tijd zat terwijl die langharige mannen die eiken doorzagen (en omhakken). Nu zijn de zanglijnen het grootste deel van de set op precies dezelfde toonhoogte en dat is zonde met zo’n stem, verder doet ze niet veel meer dan rondlopen en aan dat jurkje pulken. Doe dan meer visuals of verstop je achter een altaar vol doodskoppen en wierookbosjes, die nu zo symmetrisch walmen aan de versterkertorens. Muzikaal sluiten we deze eerste keer Windhand helemaal in ons hart. Zeldzaam hard met het hoofd lopen slaan.

Ohhms op Desertfest, Foto Roy Wolters

Ohhms op Desertfest, Foto Roy Wolters

Ohhms op Desertfest, Foto Roy Wolters

Ohhms op Desertfest, Foto Roy Wolters

OHHMS
Ohhms heeft geen moeite met wat extra showelementen toevoegen. De band uit Kent is ook niet van de less is more aanpak en overweldigt de Vultures met een pak sonisch geweld waar we wel pap van lusten. Je kan je afvragen of een pondje minder niet net zo goed of wellicht zelfs beter had gewerkt. The Magician, van het sterke debuutalbum The Fool, is een geweldige track. En wat gaat die frontman hard, ook met z’n molenwiekende haar, en de bassist gaat daar nog wapperend overheen en levert ziek krijsende backing vocals. Nog twee gitaristen om die knetterharde sludge prog en meer gekte erin te rammen. Amen. Into the Void kan de borst nat maken komend weekend. Ik had ze de Canyon gegund, dit was toch een tikje too much voor dit kleine podium. Verderop in de set doseren ze gelukkig wat meer met onder meer The Anchor.

Satan's Satyr op Desertfest, Foto Roy Wolters

Satan’s Satyrs op Desertfest, Foto Roy Wolters

Satan's Satyr op Desertfest, Foto Roy Wolters

Satan’s Satyrs op Desertfest, Foto Roy Wolters

SATAN’S SATYRS
Satan’s Satyrs is een bijzondere band, die al even meegaat en die je bijvoorbeeld al op Roadburn 2013 had kunnen zien. Daar speelden ze twee sets, eentje op uitnodiging van Electric Wizard en nog een tribute aan Blue Cheer. Niet gek voor een groep die sinds 2009 actief is. Satan’s Satyrs handelt in klassieke Sabbath-rock, proto-punk, rock ’n roll en wordt wel omschreven als doompunk. Wij krijgen op de Canyon Stage vooral die klassieke hardrockvibe mee, met een zanger met luipaardprintshirt en nekbandje, die oogt als een kruising tussen Steven Tyler, Mick Jagger en Rectum Raiders. Jammer dat ie zo’n lelijke Amerikaanse knijpstem heeft. Verder denken we vooral aan de Amerikaanse Vanderbuyst, het is zo over the top, inclusief synchroon soleren en headbangen, dat het wel weer leuk is. Het begint bovendien wel erg tof te worden nu en hard loos te gaan voor het podium. “You’re all instruments of hellfire”, verkondigt ie. Ok. Het is in ieder geval tijd voor een serieuze moshpit. Het is ook wel echt de juiste band op de juiste plaats, zeker op dit tijdstip. Hoewel de afterparty ook prima had gewerkt natuurlijk.

Graveyard op Desertfest, Foto Roy Wolters

Graveyard op Desertfest, Foto Roy Wolters

GRAVEYARD
Graveyard is lekker bezig, voller zagen we de zaal nog niet. Ook nu is het geluid niet optimaal, maar de Zweden hebben veel meer power met vier man dan Radio Moscow gisteren. Ook omdat ze meer ruimte laten en veel beter gebruik maken van dynamiek en weten dat je niet continu gas moet geven. Dus gaan we van hardere nummers als No Good, Mr Holden naar het toepasselijk getitelde Slow Motion Countdown. Maar kunnen ze de pijn van vorig jaar doen vergeten, toen ze tijdelijk uit elkaar gingen en dus ook de headlineshow op Desertfest moesten annuleren? Graveyard legt de lat in ieder geval meteen hoog en we zien niet veel later de eerste crowdsurfer in deze zaal. Zanger Joakim Nilsson pakt even z’n moment, terwijl de hele band rustig musiceert. Ook een nummer dat ze volgens Nilsson zelden spelen live (Blind Days?) komt fijn van de planken, terwijl we ondertussen noteren dat we niks merken van de wisseling achter de drumkit (toen Graveyard in januari weer bijeen kwam, was drummer Axel Sjöberg niet meer van de partij).

Graveyard op Desertfest, Foto Roy Wolters

Graveyard op Desertfest, Foto Roy Wolters

Jeetje wat gaan we hard met z’n allen op Hisingen Blues, titelnummer van dat geweldige album uit 2011 dat nog steeds verantwoordelijk is voor de grootste uitschieters van ook deze Graveyard-shift weer. “Oh Lucifer… take my hand. Nothing. Lasts. Forever!” Desertfest zingt ‘m wel even mee hoor. Blues is de basis, daar moet je af en toe wel naar terug gaan en dat durft Graveyard zeker. Sterker, dat is een van de grote krachten van de Zweden. En ze durven zich ook kwetsbaar op te stellen en spelen meerdere kanjers van ballads. Zoals Too Much Is Not Enough, dat met die huilende slide nog meer pijn doet. Geweldig, die rauwe stem van Nilsson ook: “It was too little… too late”, we missen alleen nog dat koor. Heule grote band geworden ook, bizar dat we die toen in 2012 op Lowlands nog op het kleinste (Charlie) podium zagen. Gelijk doorstarten met een dikke bluesrocker en dan doorpakken met een pittig stuk hardrock. Tegen de tijd dat ze even na middernacht Ain’t Fit To Live Here spelen, zijn we al geruime tijd dronken van geluk aan het meezingen. En dan doen ze nog The Siren er achteraan (“Tonight a demon came into my head. And tried to choke me in my sleep.”) Wow. Het wordt eens te meer duidelijk wat een geweldig repertoire ze hebben. Zo maken deze vier Zweden vanavond heel veel goed op Desertfest.

Dyse op Desertfest, Foto Roy Wolters

Dyse op Desertfest, Foto Roy Wolters

Dyse op Desertfest, Foto Roy Wolters

Dyse op Desertfest, Foto Roy Wolters

DŸSE
Aan twee Duitsers de eer om dag 2 af te sluiten in de Trix. Dat doen ze op zeer eigengereide wijze. DŸSE is al vele jaren actief en we zagen het duo ooit in 2009 op aanraden van wijlen promotor Bidi een Eurosonic-podium in Groningen verbouwen. Nu zijn ze de boel aanvankelijk lekker aan het teasen en treiteren. Een stukje human beatboxing, even het publiek ‘Music’ laten scanderen, vol het noisegas erop en weer loslaten. Beetje freejazzy pielen en door. Dat werk. “This song is called Walbart, and it’s all about whales.” Dat verhaal over walvissen, die vrienden hebben, die vrienden hebben, die vrienden hebben en het zijn allemaal walvissen, is echt te grappig. Zo flauw.

DŸSE is echter al snel op volle stoom en dan is het toch wel een vak apart hoor. Het nummer DIY (“mach es dir selbst in German”) is de groep ten voeten uit. Ze leven dat thema. Het zijn eigenlijk twee crustpunks die al jarenlang vooral brengen wat ze lekker zelf tof vinden: Ziedende noisepunk, belachelijke mashups van The Message tot Tina Turners What’s Love Gotta Do With It, odes aan Ice-T en Bodycount, nog meer Duitse humor en vooral veel belachelijk harde muziek. Categorie ‘alles kapot en gekmakende noisepunk’ en Desertfest Belgium gaat vandaag dan eindelijk voor de bijl, kapot, tot het gaatje en de hele shebang. Wat een mayhem. Lekker hoor. Daar gaan we nogmaals stuk op Sie ist Maschin. Ja, DŸSE was de perfecte afsluiter van de Canyon Stage. Desertfest maakt wel naam met die slotshows hier.

Lees ook:
het verslag van vrijdag met All Them Witches, Radio Moscow, Minami Deutsch, -(16)- en Steak Number Eight
de zondag van dreunende Monolord tot de kroon van Melvins

Dyse op Desertfest, Foto Roy Wolters

Dyse op Desertfest, Foto Roy Wolters

Windhand op Desertfest, Foto Roy Wolters

Windhand op Desertfest, Foto Roy Wolters

Troubled Horses op Desertfest, Foto Roy Wolters

Troubled Horses op Desertfest, Foto Roy Wolters

 



Deel dit artikel