Death Alley live at RoadburnHet gevoel en de beladen emotie in aanloop naar deze show was er misschien wel één van het krankzinnige soort. Krankzinnig in de meest melancholisch romantiserende zin van het woord; alle tekens, totems, een beladen geschiedenis en welke mogelijke scenario’s zich op voorhand al hadden afgespeeld; ze waren allemaal onderdeel van een ritueel dat hier, in een uitermate vulgaire presentatie van machtsvertoon, haar apotheose zou moeten gaan beleven. Nog voordat deze mijlpaal als overwinningsvlag diep, diep en dieper in de legendarisch vruchtbare Roadburn-grond geplant zou worden, was er een onbesproken besef dat er iets zeldzaams op handen was. En daardoor ook een oprechte overtuiging dat, ‘dit soort shit maar eenmaal in een leven kan worden beleefd’, en jij mag er bijzonder genoeg deelgenoot van zijn, de eventuele rest doet er niet meer toe…

Door Steven Gröniger

Een aantal jaar geleden ontstond er reuring in mijn persoonlijke rockbelevingswereldje omdat een band uit Amsterdam – met een aantal opvallende karakters – een split-EP uitbracht met de mannen van Peter Pan Speedrock. Nu ben ik fan van PPSR, maar ik stelde me vooral de vraag wat deze endorsement in godsnaam mocht betekenen? Om er vervolgens als de kippen zo snel mogelijk bij te kunnen zijn, schreeuwde ik ongegeneerd en vol enthousiasme naar iedereen dat ik deze band bijzonder graag zou willen gaan interviewen om zodoende het fijne ervan te kunnen achterhalen. Dikke vette fuck you was het antwoord, want ‘het waren geen figuren die aan interviews deden, vooral bezig wat met hun eigen ding en vooral zonder allemaal media gehannes’. De eikels….

Toen ik twee jaar later, rond de verschijning van het debuutalbum Black Magick Boogieland, ineens alsnog een mogelijkheid kreeg om ze te interviewen, ging ik daar dan ook met gepaste tegenzin op in. Niet vanwege angst, maar interviews hebben in mijn geval een hogere gespreksinslag nodig en niet zozeer een armen-over-elkaar-boos-kijkend-vraag-en-antwoord-sfeertje, zoals mij op voorhand was geschetst. Na een extreme trip van een tweedaagse binge partij op een niet nader te benoemen zandbult in de voormalige Zuiderzee, diverse paniekaanvallen en het bizar praktische ongemak van een verdwenen auto, was ik uitermate onvoorbereid om in gesprek te gaan met de nieuwe rockhoop in de verder overwegende marginale ‘wachtkamerrockmuziekbandjes’, die het Nederlandse muzieklandschap voornamelijk bevolkten destijds. Maar fucking hell, ergens in dat gesprek, met name door een ontketende Dennis, maakte een onheilspellend vermoeden zich van me meester dat dit misschien wel eens die band kan zijn, die daadwerkelijk het vermogen bezit om de gevestigde orde wakker te gaan schudden. In het verlengde daarvan kwam die nieuwsgierige interesse tot welke daden ze zouden komen. Kortom: de goudkoorts van een rechtgeaarde muziekliefhebber had onmiskenbaar toegeslagen, en iedereen moest kennis hebben van deze nieuwe belofte, of ze nu wilden of niet.

“Are you ready?” wordt er gevraagd bij het opzetten van het Live at Roadburn album. Nog voordat je hersenen van minimale repliek kunnen dienen barst Douwe los in een oerschreeuw die tot de uiterste zenuwbaan van je geslachtsorgaan raakt; of je nu man of vrouw bent, je voelt hem direct kriebelen in je gestel. Om met MC5 te spreken: ‘het is aan broeders en zusters!’. De The Devils Blood adrenalinepowertrack It’s On, waarmee Death Alley6 opent, is volgens de overlevering één van de eerste tracks ooit die de band speelde in de oefenruimte. Gezien de geest van Selim Lemouchi, die hier in deze contreien altijd wel ergens rondwaart, is er geen waanzinniger mogelijk begin te bedenken. Sommige bands kunnen met zo’n cover nat gaan, en zijn er in alle eerlijkheid ook hard op nat gegaan, maar ik hoef niet duidelijk te maken dat er daarvan hier geen sprake is. Het origineel draaide ik ooit zes uur lang aaneen, waarbij ik tot de conclusie kwam dat het nummer een ode moest zijn aan de almachtige Tura Santana, en in zijn kielzog een onderbewuste soundtrack vormde voor de 60’s B-film Faster, Pussycat! Kill! Kill!, al was het maar voor mijn eigen gemoedsrust. Kort gezegd: in mijn brein een ode aan de beeldschone sensuele krachtige vrouw in al haar macht, glorie en essentie. In dat kader is deze Death Alley6 versie puur gevoelsmatig passend bij de onlangs verschenen film The Love Witch, die als film een feministische Technicolor-ode vormt aan de periode eind jaren 60 en begin jaren 70 van de vorige eeuw; rijker en voller in kleur, met meer ademruimte voor nuance en overdenkingen, zonder verder afbreuk te doen aan de rauwe oer-essentie van het origineel. Die referentie wordt vooral bevestigd in het slotstuk van deze live-uitvoering.

Met het inzetten van #666666 krijg je als luisteraar vervolgens – in ieder geval voor even – de ruimte om op adem te komen. Met een schulden inlossende, dopamine opwekkende akkoordenprogressie zwelt de positieve onrust golf op golf steeds verder aan, om je na een buitengewoon fijne climax, heel teder weer met de voetjes op de grond te zetten… Zie je, het kan ook gewoon lief, het hoeft niet altijd porno. Anyway, wat sowieso tof om te horen is; als je geconcentreerd luistert naar de verschillende gespeelde partijen, dat er tussen de muzikanten lijkt te worden gespeeld met een magische bal, waarbij het niet lijkt te gaan om te scoren, maar vooral balgevoel van belang lijkt. Het spel om het spel, soms frivool, maar nergens nonchalant. In dat gedecideerd onbevangen gevoel is het moeilijk voor te stellen dit ook echt voor publiek werd gespeeld.

Tijd om bij te komen is er hierna niet, dus tijd om een glas Jacks achterover te slammen en over te gaan op de psychedelische boogie orde van de dag met Feeding The Lions. In zijn kloppend hart een bluesy riff-rocker, die effectief doorspekt wordt met intrinsiek Hawkwindiaans-psyche-slide-gitaarwerk, en gedurende het nummer ineens in een vrij heerlijke val van dissonantie ontaardt, om vervolgens terug te slaan met een bepaalde mate van klap-in-je-gezicht-hoop en je weer wakker te schudden. Iedere trip heeft die ene opofferingsgezinde vriend nodig om die van jouw tot volle wasdom te laten komen, Death Alley6 is die mentor hier heel gedisciplineerd. De track is hiermee ergens een soort speedfreak Queen die gecontroleerd bepaalt hoe het feestje gevierd dient te worden. Ja, Jacky Coke en een goede bak muziek doet wat met een schrijver… Het mag er zijn.

En dan zijn we godbetert ineens alweer aanbeland bij de laatste track van dit epos: het immer magistrale Supernatural Predator. Over de beladenheid van dit nummer is al genoeg geschreven, verteld en gezegd wat mij betreft. Zeker wanneer het uitgevoerd wordt op een podium als dit Roadburn-podium, door een band als deze, in de context van alles. Daar moet ik weinig meer aan toe willen voegen. Voor mij persoonlijk is het een track die een tamelijke lichtbaken vormde in tijden van nood; het juiste soort brandstof dat gedoofde vuren dusdanig uit zijn as wist te ontbranden, tot soms feniks-achtige proporties, en vaker dan noodzakelijk een ziel heeft gered. In één van de meest donkere stegen waarin een mens zich kan bevinden, leerde zij dat je ook kunt dansen met demonen, zonder dat je hoeft na te denken over goed of fout. Zeldzaam zijn de bands die in staat zijn om dusdanig materiaal te kunnen produceren dat in al zijn oprechtheid tot ver, ver in de menselijke psyche door weet te dringen en het tij kan doen keren. Het staat daarmee voor mij dan ook vast dat een band als Death Alley het soort status bezit, waarover we een volgende generatie zullen gaan vertellen en dat we de groep daarbij, met het document dat deze plaat vormt, vaak enthousiast zullen onderstrepen als legendarisch. Zoveel is logisch.

De realiteit van nu is dat we te maken hebben met een band die de verwachtingen buitengewoon weet te overstijgen en dat vooral aan zichzelf heeft te danken. Daarmee vormt deze registratie het verstrekkende bewijs dat een geloof in eigen kunnen, gekoppeld aan een unieke en magische som der delen, tot waanzinnige dingen kunnen leiden. Tot slot is het hiermee misschien nog duidelijker dat de grote pay-off voornamelijk ligt besloten in het – door Death Alley zelf vaak geproclameerde – ‘mojo-mindset-credo’ dat het bovenal een kwestie is van “Volhouwe!”.

Death Alley – Live At Roadburn is 24 februari uitgekomen via Tee Pee Records (Noord-Amerika) en Suburban Records (Europa), te bestellen via deze link en onder meer via Spotify (hieronder) te beluisteren. De plaat wordt live ten doop gehouden op 9 maart in EKKO, Utrecht, 10 maart in De Neushoorn in Leeuwarden en 15 maart in Glazart te Parijs.



Deel dit artikel